Aanpak verdroging PDF Afdrukken E-mail

De provincies en het Rijk hebben met elkaar afgesproken dat in een aantal natuurgebieden de verdroging voor 2013 hersteld moet zijn. Deze gebieden staan genoemd in de TOP-lijst. De Tweede Kamer en betrokken ministers hebben deze TOP-lijst goedgekeurd.

De aanpak van verdroging gaat als volgt:

  1. Mogelijke oorzaken van verdroging en het streefbeeld in kaart brengen
  2. Mogelijke herstelmaatregelen onderzoeken
  3. Herstelmaatregelen kiezen en uitvoeren
  4. Monitoren of streefbeeld wordt gehaald

1. Oorzaken en streefbeelden
Er zijn hydrologische en technische oorzaken van verdroging en er zijn maatschappelijke aspecten (het aantal betrokken partijen, de afspraken die zij met elkaar of met anderen gemaakt hebben, de economische of maatschappelijke belangen die gemoeid zijn). Zowel de hydrologisch/technische als maatschappelijke oorzaken worden in kaart gebracht.
Tegelijkertijd wordt er gekeken naar de mogelijkheden, de potenties, van het gebied. Op basis daarvan wordt het streefbeeld bepaald: hoe moet het gebied er uit gaan zien, welke vegetaties moeten er komen.

2. Mogelijke maatregelen
Daarna kunnen mogelijke maatregelen in kaart gebracht worden. Daarbij wordt gekeken naar de effectiviteit van maatregelen, naar de kosten en naar het te verwachten bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak. Het in kaart brengen van mogleijke maatregelen gebeurt vaak in overleg met betrokken partijen.
Er zijn hydrologische en bestuurlijke maatregelen denkbaar.

Hydrologische maatregelen
Hydrologische maatregelen richten zich op de waterhuishouding. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verhogen van waterpeilen, om sluiten of verminderen van een grondwaterwinning of om het tegengaan van de drainage.

Beheermaatregelen
Beheermaatregelen zijn gericht op de manier waarop men omgaat met het landschap. Een beheermaatregel is bijvoorbeeld het verwijderen van maaisel. Het gebied verschraalt en is daardoor aantrekkelijker voor bepaalde vegetaties.
Een beheermaatregel is ook het agrarisch natuurbeheer. Daarbij accepteert de landbouwer een lagere landbouwproductie op zijn grond. Als tegenprestatie krijgt hij betaald voor zijn inspanningen om natuurwaarden terug te krijgen en te handhaven.

3. Maatregelen kiezen en uitvoeren 
Nu is het aan de bestuurders om, alles gehoord hebbend, keuzes te maken uit de mogelijkheden. Het streefbeeld voor het gebied is daarbij de rode draad.
De gekozen maatregelen worden uitgevoerd.

4. Monitoren
Vanaf de start van de uitvoering wordt er gemonitord. Monitoren is gericht op de vegetatie, wordt het streefbeeld gehaald? Leveren de maatregelen het verwachte resultaat? Moeten er nog andere maatregelen getroffen worden?
Er wordt periodiek gemonitord. Dit gaat door, tot lang nadat de maatregelen zijn troffen. Immers de natuur reageert niet zo snel, het kan wel jaren duren voordat het gewenste doel is bereikt.

Laatst aangepast op dinsdag, 08 juli 2008 20:49